Jawel, Berlijn. Dé stad waar ik altijd al eens wou geweest zijn. En dit weekend was het zover. Berlijn was helemaal in de ban van de wereldkampioenschappen atletiek. Tijdens het bezichtigen van de prachtige Berliner Dom konden we vanuit de hoogte de marathon volgen. En dankzij ónze aanmoedigingen liep een Keniaan toen zowaar de snelste marathon ooit op een wk. Minpunt van het atletiek-spektakel - en bijhorende volkstoeloop - was dat het niet voor de hand lag om monumenten als de Brandenburger Tor rustig te bezichtigen. Daarom vluchtten we ‘s namiddags naar Charlottenburg . De rust in het park van het gelijknamige slot was in schril contrast met de drukte van voorheen en het was er dan ook aangenaam vertoeven.
s’ Anderdaags werd vooral in beslag genomen door ons bezoek aan het fenomenale Pergamonmuseum. De Ishtar-poort, Het Pergamon-altaar en andere pareltjes van de Perzische, Babylonische en Islamtisische kunst maakten indruk op me. Dit was misschien wel het beste museum waar ik ooit geweest ben. Ook Berlijn zelf is fascinerend, vooral als je alles in een historische context bekijkt. Onze jeugdherberg ‘the three little pigs’ was gelegen in de Stresemanstrasse, de enige straat waar nog restanten van de Berlijnse muur te herkennen zijn. Berlijn is ook enorm uitgestrekt en lijkt op elke plaats anders. En uiteráard was twee dagen veel te kort om die immense culturele verscheidenheid te kunnen vatten.








